De Europese dimensie van het Vlaamse erfgoed: 30 inspirerende invalshoeken

2018 is het Europees Jaar voor Cultureel Erfgoed. In Vlaanderen vind je de Europese dimensie van ons erfgoed op uiteenlopende manieren terug. In onderstaande inspiratiegids bieden we je 30 invalshoeken om met een Europese bril naar het eigen erfgoed te kijken.

1) REIZENDE ARCHITECTEN

Hoe verspreidt een bouwstijl zich? En inspiratie in het algemeen? Door reizende architecten bijvoorbeeld. Laurent-Benoit Dewez is een mooi voorbeeld: hij verbleef enkele jaren in Rome, waar hij zijn ogen uitkeek op de oude monumenten en de nieuwe classicistische stijl. Die kennis bracht hij mee terug en zo liet hij onze streken kennismaken met het classicisme. Ook andere grote architecten ‘van bij ons’ deden elders in Europa inspiratie op, al hoefden ze daar niet altijd voor te reizen. Denk aan Cornelis Floris de Vriendt (die in Rome de renaissance leerde kennen en in die stijl het stadhuis van Antwerpen ontwierp), Peter Paul Rubens, Henry Van de Velde, Léon Stynen (www.stynen2018.be) enz. Ook het omgekeerde komt voor: zo was onder meer de Frans-Italiaanse architect Servandoni in onze streken actief.

 

Kasteeldomein La Motte, Sint-Ulriks-Kapelle (Dilbeek)

Nu is het een onderdeel van het cultuurcentrum van Dilbeek, maar het is in 1773 gebouwd als classicistisch kasteeltje dat dienstdeed als maison de plaisance van de schoonmoeder van architect Dewez. Bij zo’n functie hoort uiteraard ook een park. Kasteel en park zijn inmiddels beschermd. Mooi is ook dat het interieur grotendeels bewaard is gebleven.

 

Kasteel d’Ursel, Hingene (Bornem)

Van Giovanni Niccolò Servandoni kunnen we in België nog één realisatie bewonderen: kasteel d’Ursel in Hingene, dat hij in de jaren 1760 op vraag van de toenmalige hertog d’Ursel verbouwde tot wat we nu nog zien en beleven. Twintig jaar geleden had je geen cent gegeven voor het toentertijd bouwvallige kasteel, maar inmiddels staat het er weer stralend bij, dankzij de inspanningen van de provincie Antwerpen. Mét de bijbehorende kasteeltuin en het park. (Vlakbij staat wat destijds ook tot het domein behoorde: jachtpaviljoen De Notelaer, een realisatie van de Franse architect Charles De Wailly, een leerling van Servandoni.)

 

Predikherenkerk, Leuven

Wie de befaamde Sainte Chapelle in Parijs kent, ooit de hofkapel van de Franse koningen op het Île de la Cité, en gelijkenissen ziet met de koorpartij van de Predikherenkerk, heeft gelijk: de verwijzingen zijn opzettelijk. De Parijse kapel dateert van 1241-1268 en Leuven was er zeer snel bij om de nieuwe stijl over te nemen: het rijzige koor van de oudste gotische kerk van de stad was klaar in 1276. De kerk staat op de plek waar de Brabantse hertogen ooit hof hielden. In de revolutionaire Franse tijd werd ze bedreigd (en werd het predikherenklooster goeddeels afgebroken).

 

2) INTERNATIONAAL GROEN

Italiaanse villatuinen, Franse tuinen, Engelse parken, kloostertuinen, wetenschappelijke kruidentuinen, wijngaarden… Veel van onze parken en tuinen hebben overduidelijk een Europese dimensie. Kern van de tuinzaak: hoe imiteer, beheers en ‘verbeter’ je de natuur? Hoe creëer je diversiteit, afwisseling en vaak ook illusie? Nu eens bieden strakke geometrie en afgemeten groen het kader, dan weer zijn het slingerende paadjes en woekerende planten. Met bouwsels, het ene al exotischer en fantasierijker dan het andere, zetten mensen nog eens extra hun stempel op de gecultiveerde natuur.

 

Kasteel Gavergracht, Lovendegem (Drongen)

In Lovendegem staat een kasteel uit de Franse tijd (1807), op zich al een merkwaardigheid. En dan heb je de ‘Engelse’ landschapstuin nog niet gezien, met z’n waterpartijen, orangerie en romantische plekjes. En met zijn ijskelder, toen een plek om ijs te bewaren, nu een heerlijk fris en rustig ‘vleermuizenhotel’.

 

Kasteel Blauwhuis, Izegem

Sinds vorig jaar heeft Izegem er een park van 11 hectare (en een groene stadslong) bij: toen ging het park bij kasteel Blauwhuis open voor het publiek. Het domein wordt al in de 16de eeuw vermeld, het huidige kasteel is van 1880. Toen Duitse troepen hier in 1918 de aftocht bliezen, brandde het toenmalige bos af, op één beuk na. Die staat er nog altijd, nu in een zogenaamd ‘Engels landschap’.

 

Lourdesgrotten, overal in Vlaanderen

Op 11 februari 1858 verscheen te Lourdes in een grot Maria aan het meisje Bernadette Soubirous. En nadat het Vaticaan dit wondere gebeuren in Zuid-Frankrijk canoniseerde, was het hek van de dam: op tal van (groene) plaatsen in België (en ook in Nederland) trok men kopieën en kopietjes op van de miraculeuze Lourdesgrot, met beelden van Maria en van de knielende en biddende Bernadette, en al dan niet met een altaar. Er zijn kleine en grote, sjofele en chique, sobere en ‘aangeklede’ exemplaren. Meer dan tweeduizend grotten werden er intussen gespot (http://lourdesgrotten.skynetblogs.be/). Houthulst beet in 1860 de spits af. Onder meer bij kerken en kapellen en ook in nogal wat kloosters werd zo’n grot opgetrokken, maar ook in veel privétuinen tref je er aan.

 

3) DENKEN OP EUROPESE SCHAAL

Europees denken, dat is geen uitvinding van de Europese Unie. Humanisten bijvoorbeeld, en ook veel kunstenaars, reisden intens en wisselden ideeën uit, geïnspireerd door de Grieks-Romeinse oudheid en het christendom. Europa was voor hen een vanzelfsprekendheid. Niet toevallig heet een belangrijk project van de Europese Unie dan ook ‘Erasmus’, naar de grote humanist. Er zijn in onze streken indrukwekkende getuigen van deze Europese spirit, plekken waar op Europese schaal ideeën werden uitgewisseld en waar die rijkdom aan ideeën werd onderwezen, aangeleerd, in boekvorm bewaard.

 

Hof van Busleyden, Mechelen

In juni gaat het Museum Hof van Busleyden open, in het (gerestaureerde) stadspaleis van Hieronymus van Busleyden dat hij rond 1500 liet optrekken. Van Busleyden ontving er onder meer Erasmus en Thomas More, twee van de allergrootste humanisten die hier discussieerden en filosofeerden over de thema’s van hun tijd. In het Museum Hof van Busleyden wordt de Bourgondisch-humanistische erfenis belicht en geactualiseerd.

 

Museum Plantin-Moretus, Antwerpen

Christoffel Plantijn is een voorbeeld van een echte Europeaan: als Fransman kwam hij naar het bloeiende Antwerpen van midden 16de eeuw en stichtte er zijn drukkerij-uitgeverij, die een centrum van humanisme werd. Hier kwam veel geleerd volk over de vloer en werden belangrijke boeken gedrukt – veelal in het Latijn – in een tijd waarin de wetenschappen een hoge vlucht namen. Het vernieuwde museum kreeg dit jaar de Ultima, de Vlaamse cultuurprijs, in de categorie Roerend Erfgoed.

 

Iers College, Leuven

Rond 1600 was katholiek onderwijs in Ierland verboden. Daarom werden in Europa Irish Colleges opgericht, in Leuven zelfs drie. Dat had alles te maken met de faam van de universiteit (en met het naburige Europese drukkerscentrum Antwerpen). Jonge Ierse priesters en leken kwamen er voor een opleiding en trokken daarna terug naar hun land. De voertaal was Iers. Van het franciscaanse St Anthony’s College met bijbehorend klooster uit 1617 bestaat een deel van de flink verbouwde panden nog. In de jaren 1970 ging het college bijna teloor, maar Europa bracht redding. Dit is nu The Leuven Institute for Ireland in Europe, met ruimte voor congressen, vergaderingen enz.

 

4) ONDERGRONDS I

Vinden we Europa ook terug in onze bodem? Uiteraard! Het begint al in de prehistorie met de rondtrekkende jagers-verzamelaars en hun ‘Europese’ contacten. Talrijk zijn ook de sporen uit de Romeinse tijd, toen het imperium van Engeland tot in Marokko, en van Portugal tot het Midden-Oosten reikte. Of neem de slagveldarcheologie, die getuigen van Europese en zelfs wereldconflicten bovenspit. Archeologie is niet meer de schop-en-schepbezigheid en de schattenjacht van weleer, maar een zeer multidisciplinaire bezigheid die zowel spectaculaire resultaten boekt als grote open vragen laat. Hoe ‘vertaal’ je de soms onzichtbare en bij ons meestal niet echt ‘spectaculaire’ resultaten voor een breed publiek? Daar zijn in heel Europa stilaan mooie voorbeelden van. Ook in Vlaanderen is er nood aan.

 

De Rieten, Meeuwen-Gruitrode

In archeologisch Park De Rieten in Wijshagen wacht je een… Europees verhaal. Je keert er tot meer dan 3000 jaar terug in de tijd en ontdekt er landbouwersgemeenschappen die contacten hadden met andere gemeenschappen: in Duitsland, Centraal-Europa, Nederlands-Limburg… Archeologen vonden er voorwerpen uit Frankrijk, Noord-Italië en Midden-Europa. Import en export zijn veel meer dan een eigentijds economisch verhaal.

 

Archeologische site onder de basiliek, Tongeren

Nieuw en stokoud! In hartje Tongeren kun je straks (augustus 2018) onder de basiliek lopen. Daar waan je je in Klein Rome. Want vóór de opeenvolgende kerken en de huidige basiliek stonden hier luxueuze Romeinse woningen, met vloerverwarming en muurschilderingen, en ook een Romeinse basilica… Dit zijn de oudste sporen van de Romeinen in ons land.

 

5) ONDERGRONDS II

Dat groepen mensen migreren, is van alle tijden. Al van in de prehistorie. Maar de ontdekking en ontginning van grote steenkoolvoorraden bracht in de 20ste eeuw een heel aparte en grootschalige migratiedynamiek op gang, onder meer in delen van de provincie Limburg. Aanvankelijk kwamen vooral mensen uit Zuid-Europa hier onder de grond werken, mensen uit Oost-Europa ook, en sinds de jaren 1960 ‘gastarbeiders’ uit Noord-Afrika en Turkije. De mijnen zijn intussen dicht, maar veel mensen zijn gebleven. De nieuwe samenstelling van de bevolking laat sporen na, ook in het gebouwde erfgoed. Een mooie kans om internationale (erfgoed)gemeenschappen bij het verhaal van Open Monumentendag te betrekken.

 

6) SPOREN VAN CONFLICTEN

Het beeld is bekend: Vlaanderen als slagveld van Europa, als strategisch gelegen plek waar nogal wat conflicten werden uitgevochten. En waar men zich wapende tegen conflicten. Die conflicten lieten dan ook sporen na, in de vorm van vestingen, forten en bunkers, militaire begraafplaatsen, oorlogs- en herinneringsmonumenten… Maar ook van vernielingen, waardoor steden na het conflict er helemaal anders uitzagen. Conflicten gaan in veel gevallen over grond, en dus over grenzen. Die werden in de loop van de geschiedenis wel eens verlegd.

 

Militaire begraafplaatsen

In conflicttijden kwamen in Vlaanderen tal van nationaliteiten vechten: denk aan de Spaanse tijd, aan de Franse expansie onder Lodewijk XIV en Napoleon, en natuurlijk aan de Eerste Wereldoorlog. Vaak waren het een soort van pan-Europese oorlogen. De Eerste Wereldoorlog was een ware wereldoorlog, met mensen van over de hele wereld die in onze streken kwam meestrijden. Dat is goed te zien in de begraafplaatsen van de duizenden en duizenden soldaten.

 

Vestingen en forten

Je vindt ze (of sporen ervan) in en om veel Vlaamse steden: stadsmuren, vestingen, forten. Ze zijn al dan niet volledig bewaard en hebben al dan niet ooit dienstgedaan. Omdat de technologie snel evolueerde, was zo’n militair bouwsel niet zelden snel of zelfs meteen verouderd. Veel militair erfgoed heeft de voorbije decennia boeiende herbestemmingen gekregen, waarbij in de meeste gevallen natuurbeleving een belangrijke rol speelt.

 

Vesten, Ieper

De Ieperse ‘vesten’, dat is een Spaans-Frans-Nederlands-Belgisch verhaal. Op het moment dat Lodewijk XIV zijn ingenieur Vauban in 1678 de opdracht gaf de oude vestingen van de grensstad te moderniseren, stond er pas sinds tien jaar een Spaanse citadel. En de oudste vesten dateren deels al uit de 14de eeuw. In de Nederlandse tijd kregen ze onder koning Willem I hun huidige vorm.

 

7) GEBOUWEN VAN KUNST EN CULTUUR

Kunst en cultuur, we beleven ze vaak op welbepaalde plaatsen, in gebouwen die ook speciaal zijn opgetrokken om al dat moois en prikkelends een plek en een podium te geven. In al hun verschillen zijn ze over heel Europa ook vaak herkenbaar: onze ‘klassieke’ musea, concertzalen, theatergebouwen, operahuizen, oude bioscopen… Vandaag de dag treden culturele organisaties meer en meer buiten hun ‘klassieke’ muren en doen ze hun ding op verrassende plekken. In veel gevallen hebben die erfgoedwaarde én leggen ze een Europese dimensie aan de dag. Denk aan industriële sites.

 

Stadsschouwburg, Leuven

De stadsschouwburg van Leuven, die na de vernielingen van de Eerste Wereldoorlog werd heropgebouwd, is een mooi voorbeeld van 19de-eeuws geïnspireerde theaterarchitectuur: burgerlijk, monumentaal, luxueus, classicistisch. Het oermodel was de Parijse opera (1861-1875) van Charles Garnier. Tegelijk is er de Leuvense bonbonnière volop 20ste-eeuwse kunst te bewonderen.

 

Academiezaal, Sint-Truiden

De oude aula van het seminarie van het bisdom Luik met haar rijke stucwerk is een architectonisch pareltje uit de jaren 1840 en een van de mooiste realisaties van architect Louis Roelandt, die ook de Gentse opera ontwierp. Hij liet zich inspireren door de Italiaanse neorenaissance en de octogonale vorm van Engelse theaters. Door haar akoestische kwaliteiten is de ruimte een uitgelezen plek voor kamermuziek of akoestische sets. Elders in de voormalige benedictijnenabdij van Sint-Truiden waren Italiaanse schilders en stukadoors actief.

 

8) BIDREIZEN

Staat er in je buurt een Sint-Jacobskerk? Of een gelijknamig gasthuis? Dan liggen die ongetwijfeld op een oude Europese bedevaart- of pelgrimsroute, op de weg naar Santiago de Compostela. Al vóór het jaar 1000 trokken uit alle hoeken van Europa pelgrims op ‘bidreis’ naar het vermeende graf van de apostel Jakobus. De kans is groot dat je daar in zo’n Sint-Jacobskerk sporen van terugvindt, net als in haar dichte omgeving. Bijvoorbeeld omdat pelgrims er verbleven, er de nodige stempels kregen, overnachting nodig hadden in een gasthuis… Een mooie kans om diverse soorten erfgoed (onroerend, roerend, immaterieel) één verhaal te laten vertellen. Een verhaal dat bovendien actueel is in tijden van (pogingen tot) onthaasting, verinnerlijking, verstilling en verlangzaming.

 

9) EEN EUROPESE REVOLUTIE

De Industriële Revolutie veranderde de Europese samenlevingen ingrijpend. In één zin: het ging van kleinschalig en handmatig naar grootschalig en stomend machinaal. Vlaanderen en België behoorden tot de pioniers. Dat had met name in de 19de eeuw grote gevolgen voor het patrimonium van industriële gebouwen, voor de ruimtelijke ordening en huisvesting, en voor de samenleving als geheel. Denk onder meer aan de vlucht naar de stad, en de gevolgen daarvan. Inmiddels zijn we een paar revoluties verder – en beleven we zelf alweer een nieuwe revolutie – maar de sporen van de eerste mechaniseringsgolven zijn er nog.

 

Zuiderpershuis, Antwerpen

Een krachtcentrale voor de voortdurend groeiende Antwerpse haven: dat was het Zuiderpershuis (1882) aan de Waalse Kaai, een symbool uit een periode van optimisme en geloof in de technische vooruitgang. Het complex is bovendien gebouwd met gevoel voor (neobarokke) stijl, in de barokstad Antwerpen.

 

La Fabrique, Rutten (Tongeren)

Toen er door de continentale blokkade een suikertekort dreigde, legde Napoleon ter compensatie op dat er in het vruchtbare Haspengouw en Brabant aan suikerbietenteelt moest worden gedaan. Dat gebeurde ook, en die teelt bepaalt nog altijd het landschappelijke karakter. De gebouwen in Rutten uit 1838 herbergden een suikerfabriek en een alcoholstokerij (en later twee landbouwbedrijven), met van bij het begin een stoommachine. Een verborgen stukje Europese geschiedenis.

 

10) UITVINDING VAN WERELDFORMAAT

Wind vangen om energie op te wekken en die vervolgens te gebruiken: het klinkt eigentijds, maar het is een oeroud principe. En al zijn we niet echt zeker, laten we toch maar trots zijn: de eerste windmolens verschenen naar verluidt kort voor 1200 in het graafschap Vlaanderen. (Watermolens en ‘paardenmolens’ bestonden al veel langer.) We mogen spreken van een soort industriële revolutie op Europese schaal: windmolens vind je in veel landen en streken. Heel vernuftig is bovendien dat je de molen naar de goede windrichting kunt draaien op zijn staak. En dat je zo’n molen kunt verplaatsen. Kortom, een geniale uitvinding, die windmolen. Het koesteren meer dan waard. Met de molens zijn bovendien vaak straffe verhalen verbonden. En een te koesteren kennis van het vak.

 

11) IN DE EUROPESE PRIJZEN

Erfgoed kan ook bij manier van spreken ‘Europees’ worden doordat het op een Europees niveau in the picture komt, bijvoorbeeld als winnaar van een prijs, als typevoorbeeld van een geslaagde restauratie of als best practice inzake herbestemming.

 

Brouwerij De Hoorn, Leuven

In april 2016 won deze voormalige brouwerij, de bakermat (1923) van Stella Artois, de prestigieuze Prijs van de Europese Unie voor Cultureel Erfgoed / Europa Nostra Award 2016. In de jaren 1980 kwam De Hoorn leeg te staan, in 1997 werd het imposante gebouw beschermd en in 2007 kochten jonge Leuvense ondernemers het complex. Ze transformeerden het tot een creatieve hub met grotere bedrijven en kleinere ondernemingen die faciliteiten delen. Het oude pand kreeg slimme toevoegingen.

Lees zeker ook ons artikel over De Hoorn. Je vindt het hier.

 

12) MULTINATIONALS AVANT LA LETTRE: ABDIJEN EN KLOOSTERS

Kloosterordes zou je een soort van Europese ‘multinationals’ kunnen noemen. De grootste en belangrijkste verspreidden zich over heel Europa. Hun complexen werden gebouwd volgens een strak plan, met de nodige aanpassingen aan de lokale omgeving, een voorbeeld van glokaal denken. Dat strakke plan maakt ze over heel Europa nog altijd erg herkenbaar. De bewoners-monniken leefden en leven er volgens ‘huisregels’ die ook weer overal geldig waren en zijn: de regel van Benedictus, de regel van Augustinus. Die Europese ‘regelgeving’ liet uiteraard sporen na in de gebouwde omgeving. Een bij uitstek Europees verhaal.

 

13) ART NOUVEAU

De art nouveau met zijn vele varianten en soms andere namen vind je over grote delen van Europa terug, en in tal van kunsten. Al vóór 1900 en kort daarna verspreidde de stijl zich snel ook in de bouw- en interieurkunst, zowel in grote steden en centrumsteden als op kleinere plaatsen. Je vindt hem – of afgeleiden ervan – in privéwoningen maar ook in schoolgebouwen, bedrijfspanden, casino’s, hier en daar een religieus gebouw enz. De stijl propageert onder meer een terugkeer van het ambachtelijke vakmanschap en het streven naar schoonheid. Vaak komt de inspiratie uit de natuur en haar vormen. De Eerste Wereldoorlog maakte een abrupte einde aan deze stijl vol joie de vivre.

 

Sint-Niklaas

Het is opmerkelijk hoeveel sporen de art nouveau – en ook de art deco en de nieuwe zakelijkheid – in Sint-Niklaas achterlieten. Dat heeft te maken met de bouw van nieuwe stadsdelen in de jaren voor en na 1900 – vandaar de concentratie in enkele straten – en met de ambitie van bijvoorbeeld textielbaronnen om mee te zijn met hun nieuwe tijd en de bijbehorende ‘nieuwe kunst’.

 

14) GOTISCHE SCHIL, BAROK VLEES

In veel van onze kerken krijg je twee Europese stijlen voor de prijs van één: hun exterieur is gotisch en hun interieur barok. Barok, dat is theater, spektakel, retoriek, pathos, overtuiging. Decor en decorum. Het triomfantelijke grote gebaar, bedoeld om mensen te overtuigen. En met een eigen meubilair dat in de contrareformatie ingang vond: de preekstoel, biechtstoelen, de communiebank. Ze vertellen een verhaal van een geloof dat wil aanspreken en daar alle middelen voor inzet. Een verhaal van alle tijden dus. En een bij uitstek Europees verhaal.

 

15) EEN OORLOG DIE ER GEEN WAS

De Koude Oorlog: hij heeft Europa decennialang getekend, zonder dat er bij ons geweld aan te pas is gekomen. Maar die Koude Oorlog heeft wel sporen nagelaten, bijvoorbeeld in de gedaante van militaire infrastructuur. Die is gebouwd met als stokoud motto: ‘als je vrede wil, moet je klaar zijn voor oorlog’. Het gaat van een militair commandocentrum onder de Kemmelberg, over een Britse basis in de provincie Antwerpen en een Duits munitiedepot in Arendonk, tot de atoomschuilkelders in de stad Antwerpen en misschien ook elders. Hebben we wel genoeg aandacht voor deze soms al weer vergeten decennia en hun ‘koude’ erfgoed?

 

16) NIEUW LAND, EUROPESE CONTEXT

In 1830 roept een soort van voorlopige regering de onafhankelijkheid van België uit. Willem I moet zijn Republiek der Nederlanden opgeven. Dat gaat niet zonder slag of stoot en nog jaren hangt er nervositeit in de lucht, bijvoorbeeld in de verhouding met Nederland. Het kleine jonge land moet zichzelf ook een gezicht aanmeten tegenover zijn grote buren in Europa. Dat doet het onder meer door beelden van nationale helden en historische figuren in de openbare ruimte neer te planten. In veel gevallen staan ze er nog. Het jonge België liet onder meer sporen na in Diest, Leopoldsburg en bijvoorbeeld ook Gingelom (waar de eerste regent zijn kasteel had). Ook op diverse plaatsen aan de Nederlandse grens is de periode van de onafhankelijkheid niet onopgemerkt voorbijgegaan.

 

Koloniën van Weldadigheid, Merksplas en Wortel (Hoogstraten)

De Koloniën van Weldadigheid! Het klinkt, wel ja, weldadig. En het plan was strak toen ze werden opgericht kort voor en na 1820, in de Nederlandse tijd van koning Willem: we zullen de armoede en landloperij uitroeien door mensen op te voeden en hen aan het werk te zetten, op onontgonnen arme landbouw- en heidegrond. De gedachte maakte in heel Europa en zelfs wereldwijd opgang. Ze waren met zeven, de Koloniën van Weldadigheid, waarvan twee in Vlaanderen: Merksplas en Wortel. Maar al snel liep het fout met het strakke plan. De landloperskoloniën evolueerden later tot de markante landschappen die ze nog altijd zijn, met een opmerkelijk gebouwenpatrimonium. Erfgoed van wereldniveau.

 

17) 100 JAAR EERSTE WERELDOORLOG

We zijn 2018, honderd jaar na het einde van de wereldbrand die de Eerste Wereldoorlog was. De herdenking was de voorbije vier jaar intens: in de Westhoek en ook op veel plaatsen elders in Vlaanderen en België. Straks komt de eeuwherdenking aan haar eind. De Open Monumentendag van 2018 is een kans om nog een laatste keer te wijzen op de enorme betekenis en de grote gevolgen van de Groote Oorlog, en natuurlijk op de zichtbare sporen die hij overal in Vlaanderen heeft nagelaten.

 

18) MIDDELEEUWS TEXTIEL

Er staan er in Vlaanderen nogal wat: lakenhallen, gebouwen die in de middeleeuwen zijn opgetrokken als stapelplaats en overdekte markt. Het plaatselijk gefabriceerde laken werd er ook gecontroleerd en gekeurd. We hebben het dan niet zelden over een grensoverschrijdende handel, waarbij laken uit Vlaanderen op veel plaatsen in Europa en zelfs tot in Azië te koop was.

 

Lakenhallen, Ieper

Ieper was in de middeleeuwen samen met Brugge en Gent een Europese grootstad. Je zou het na de ellende en verwoesting van de Eerste Wereldoorlog bijna vergeten. Gelukkig zijn er de Lakenhallen en hun belfort om ons daar op imposante wijze aan te herinneren: dit is Europa’s grootste burgerlijke gebouw in gotische stijl. Deze zomer krijgen de Ieperse hallen er een ferme troef bij: in het Yper Museum maak je kennis met het verhaal van (bijna) duizend jaar Ieper, de kattenstad met de negen levens. Ook de illustere historie van het Ieperse laken wordt er verteld.

 

19) HET RUÏNEGEVOEL

Vanaf de 18de eeuw en zeker in de 19de eeuw krijgen mensen ‘bijzondere gevoelens’ bij ruïnes. Dat is een Europeesbreed fenomeen dat we nu onder de noemer ‘romantiek’ vatten. Tevoren waren ruïnes in veel gevallen goedkope steengroeven. Ze zijn ook een soort failliet van de monumentenzorg. Of een waarschuwing. Ruïnes doen mensen mijmeren over de tijd die verglijdt, over de korte duur van een mensenleven, over hoe zo’n mensenleven linea recta naar een definitief einde loopt. De natuur daarentegen begint elk jaar opnieuw aan haar nieuwe cyclus. En ze palmt wat ooit door mensen is gebouwd weer in… Er worden vooral in de romantische 19de eeuw zelfs nepruïnes opgetrokken ter cultivering van deze gevoelens. Hoe gaan we anno 2018 om met onze ruïnes? Zijn er voorbeelden van vormen van herbestemming? Is er daarbij Europese inspiratie?

 

Graventoren, Rupelmonde (Kruibeke)

Er zijn grote namen verbonden met de waterburcht aan de Schelde waarvan alleen nog de Graventoren overblijft: Margaretha van Vlaanderen (van wie het kasteel was) en Filips de Stoute (die het herstelde en uitbreidde tot een burcht met 17 torens). In 1678, tijdens de oorlog tussen Frankrijk en Spanje/de Zuidelijke Nederlanden, werd de burcht vernield. Het bouwmateriaal werd gretig elders gebruikt. Pas in 1817 werd het puin geruimd en kreeg de nog resterende torenvoet een jachtpaviljoen van baksteen, “om de herinnering niet verloren te laten gaan”.

 

Sint-Baafsabdij, Gent

Al van begin 19de eeuw waren de ruïnes van de Sint-Baafsabdij, een van Gents bakermatten, een zorgenkind van de jonge Gentse monumentenzorg en tegelijk een toeristische attractie. De abdij werd omgevormd tot een lapidarium ofte museum van (graf)stenen. Er bleef een nauwe band bestaan met het Bijlokemuseum, die pas in 1997 werd losgekoppeld.

 

20) BRUTAAL BETON

Voor sommige bouwstijlen zou je wensen dat ze een andere naam hadden gekregen. Neem nu het brutalisme, waarvan de naam is afgeleid van ‘béton brut’. Dat ‘naakte/ruwe beton’ is een belangrijk kenmerk van een aantal gebouwen die in de jaren 1950 tot en met 1970 zijn opgetrokken. Grote inspiratoren van het brutalisme, dat vaak geen goede pers kreeg, zijn de architecten Le Corbusier en Mies van der Rohe, die op hun beurt De Stijl een warm hart toedroegen. De stijl verspreidde zich over heel Europa.

Ook Vlaanderen telt een aantal brutalistische en brutalistisch geïnspireerde gebouwen. Voorbeelden zijn het beeldbepalende cultuurcentrum Westrand in Dilbeek van Alfons Hoppenbrouwers, een aantal Antwerpse privéwoningen en appartementsgebouwen van architect Paul Meekels, werk van architecten als Juliaan Lampens, Marc Dessauvage, Georges Baines, Jul De Roover, het bureau BARO en anderen.

 

21) STILTE AUB!

Het wordt stilaan een Europese beweging (met sinds 2002 een heuse EU-richtlijn), die ook beantwoordt aan behoeften van onze jachtige, hijgerige, lawaaierige tijd: de creatie van stiltegebieden door het beschermen van stilte en het weren van ‘zonevreemd’ omgevingslawaai. Heel vaak speelt landschappelijk erfgoed daarin een wezenlijke rol, maar ook in steden is er sprake van luwtekaarten. Er bestaat in Vlaanderen een kwaliteitslabel Stiltegebied. Gemeenten en provincies voeren hier en daar een actief stiltebeleid en de beweging neemt uitbreiding, aansluitend op maatschappelijke noden (www.lne.be/stiltegebieden). Voorbeelden zijn Dender-Mark (grens Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant), De Liereman in Oud-Turnhout, Gerhagen in Tessenderlo en Kempen-Broek aan de Nederlands-Belgische grens.

 

22) NIEUW! DE RENAISSANCE

Mooi is het een nieuwe stijl van Europese makelij voorzichtig te zien doordringen in onze gewesten. Dat is bijvoorbeeld het geval met de renaissance. Die zie je voor je ogen ontluiken in Mechelen, onder meer in een aantal gevels van huizen. Dat is geen toeval: Mechelen is voor en na 1500 – de periode waarin Hét gebeurt – de eigenlijke hoofdstad van de Bourgondisch-Habsburgse Nederlanden. Margareta van Oostenrijk houdt er hof (in het Hof van Savoye), en dat trekt kunstenaars en allerlei welgestelde lui aan. Een van hen is de Luxemburger Hieronymus van Busleyden. Zijn heropgebouwde stadspaleis wordt/is een gloednieuw museum.

 

23) KOEPELS

Koepels: dan denken we al snel aan Italië, met het Romeinse Pantheon als koepel der koepels en natuurlijk de vele barokke koepelkerken. Koepels zijn niet typisch voor de barok, maar de bouw ervan wordt in die periode wel populair. Ook bij ons, onder meer onder Italiaanse invloed. Een aantal geplande koepels is er in de Zuidelijke Nederlanden overigens nooit gekomen vanwege bouwproblemen: de stabiliteit die te wensen overliet, onvoldoende beheersing van de metseltechniek… Denk aan de Leuvense Sint-Michielskerk. En aan de problemen bij de bouw van de Mechelse Hanswijkbasiliek. Hoe dan ook, we mogen koepels sinds de oudheid verbinden met het verhaal van Europa (en van de Verenigde Staten, in het spoor van Europa). Een imposante ‘nieuwe’ koepel is bijvoorbeeld die van het Antwerpse Centraal Station.

 

24) VERLICHTING IN STEEN

We hebben in het Europa van onze dagen de mond vol van de Europese Verlichting en de bijbehorende normen en waarden. Het is een intrigerende uitdaging: vinden we die Verlichting ook terug in ons onroerend, gebouwd erfgoed? Het antwoord is: ja. Neem bijvoorbeeld de gedachte dat de mens maakbaar is en dat je zijn gedrag dus kunt aanpassen. Dat heeft in de 18de en 19de eeuw geleid tot nieuwe opvattingen over het bestraffen van mensen na een misdaad, en dus tot nieuwe gebouwen en complexen waar die mensen een tijdlang verbleven: gevangenissen, koloniën, werk- en tuchthuizen, instellingen voor jongeren… En met enige vertraging maakt in de 19de eeuw dankzij Verlichte geesten de onmenselijke behandeling van mensen met psychische problemen plaats voor een meer menselijke aanpak. Ook die evolutie vind je terug in gebouwen.

 

Psychiatrisch Centrum en museum Dr. Guislain, Gent

In 1857 komen in Gent de eerste patiënten wonen in het nieuwe krankzinnigengesticht dat onder impuls van dokter Joseph Guislain werd gebouwd, in een toen nog landelijk en rustig gebied ten noorden van de Brugse Poort. De architectuur en de omgeving zouden het genezingsproces bevorderen, was de gedachte. Vandaar de zeer verzorgde stijl, de tralieloze ramen, de ruime binnenplaatsen, de lage paviljoenen, de moestuinen… Tot op heden is hier een psychiatrisch centrum gevestigd.

 

25) ‘ONCHRISTELIJK’ ERFGOED

Het zal duidelijk zijn dat veel erfgoed in Europa en dus ook in Vlaanderen herinnert aan het christelijke – in Vlaanderen hoofdzakelijk katholieke – verleden van het continent. Toch zijn er ook sporen van andere (geloofs)opvattingen en ‘obediënties’. Denk aan de vrijmetselarij, de tijdelijke Tempels van de Rede uit de Franse tijd, het jodendom, de islam… En als we de overleveringen mogen geloven, getuigen plaatsen waar bijvoorbeeld stokoude bomen staan, van prehistorische cultusplaatsen… Waar of niet waar?

 

Synagoge, Kalmthout

In het landelijke Kalmthout staat een synagoge, de enige in België die zich niet in een stad bevindt. Veel Antwerpse joodse diamantairs, die vaak van Oost-Europese afkomst zijn, hadden er begin 20ste eeuw een buitenverblijf en een aantal joden woonde hier ook, vandaar. De synagoge dateert uit 1927. Sinds kort ijvert een werkgroep ervoor dat dit landmark in Heide een nieuw leven krijgt.

 

26) DE FRANSE BREUK

De Franse periode (vanaf de jaren 1780 tot 1815) heeft ongelooflijk veel sporen nagelaten in ons erfgoed. We mogen van een breuktijd spreken. Bekend is het gegeven dat deze jaren het einde hebben betekend voor nogal wat kloosters en abdijen, die werden opgeheven en verkocht. Hun geschiedenis nam in de 19de eeuw vaak na eeuwen van rust en contemplatie een nieuwe wending, die het gebouwde erfgoed niet altijd ten goede kwam. Ook Napoleon en zijn voortvarende initiatieven en regelgeving, bijvoorbeeld wat gemeentelijke begraafplaatsen en zogenaamde ‘eeuwige vergunningen’ betreft, lieten blijvende sporen na. Het debat over Napoleons rol en betekenis, ook voor onze streken, is nog lang niet gesloten…

 

27) NIEUWE GRIEKEN EN ROMEINEN

Overweldigend: zo mag je de invloed van de Grieks-Romeinse oudheid op de ontwikkeling van Europa wel noemen. Niet alleen in de filosofieën en ideeën die Europa vormgaven en nog altijd -geven, maar ook in de kunsten en de architectuur. Voortdurend gingen en gaan we als Europeanen aan de slag met die erfenis en overal zie je er sporen van. Er zijn natuurlijk in de eerste plaats de archeologen die hoe langer hoe meer Romeinse sporen aantreffen in onze streken. Maar er is ook de renaissance en het humanisme die zonder de oudheid ondenkbaar zijn, er is het (neo)classicisme dat teruggrijpt op antieke en klassieke motieven, net als de barok overigens, er is de klassieke beeldtaal, er zijn hier en daar nog tracés van Romeinse wegen en sporen van Romeinse dambordpatronen in steden… Enzovoort.

 

28) ENGELAND IN VLAANDEREN

Nu en dan duikt er in onze streken een tijdlang een populair nieuw gebouwentype op dat gebaseerd is op – of zelfs een kopie wil zijn van – buitenlandse modellen. De soms 19de-eeuwse maar veelal begin-20ste-eeuwse cottages zijn zo’n voorbeeld, met hun pseudo-vakwerk, hoektorentjes en luifels, asymmetrisch in- en uitspringende gedeelten, typische bedaking, kleurenspel van bakstenen… Je vindt deze landhuizen op veel plaatsen, als geïsoleerde ‘gevallen’ of aangelegd in groep op nieuwe verkavelingen, bijvoorbeeld aan de kust. Het gaat om getrouwe kopieën of om mengvormen, met vaak ook art-nouveau-elementen. Cottages zijn onlosmakelijk verbonden met hun tuinen.

 

29) DE RONDE VAN EUROPA

Van de prehistorische, nomadisch rondtrekkende jagers-verzamelaars tot en met onze geglobaliseerde tijden: mensen reizen. Ze verlaten huis en haard en trekken rond door Europa, al dan niet tijdelijk: omdat ze niet anders kunnen (vormen van migratie, militairen), omdat ze gestraft zijn (denk aan veel pelgrims of landlopers), om handel te drijven (commerçanten),  omdat ze reizen om te leren (humanisten, studenten), omdat ze het graag doen en graag dingen zien (toeristen). Voor al dat gereis is er accommodatie nodig: gast- en andere opvanghuizen, tijdelijke kampen, colleges en seminaries, hotels, logementshuizen… En ook herbergen, havens, stations, vliegvelden en andere complexen waar al die reizende mensen ‘passeren’. En natuurlijk wegen die moeten worden aangelegd, met inmiddels soms mooie historische trajecten en verhalen van wie ons letterlijk voorging of -reed. Allemaal erfgoed dat getuigt van de bewegende, nomadische mens.

 

30) DE RONDE VAN EUROPA… IN STEEN

Gemetamorfoseerde kalksteen van een zuiver calciumcarbonaat: dat is de wat ingewikkelde omschrijving van marmer, een geliefd bouw- en decoratiemateriaal. Zo geliefd dat het vaak werd geïmiteerd. En zo gewild dat het intens werd geïmporteerd, al van in de Romeinse tijd. Duur marmer was een uiting van grand chique voor wie het zich kon permitteren. Achter het gebruik van marmer zitten dan ook heel wat verhalen verscholen: waar komt het vandaan? Hoe is het marmer hier geraakt? Wat zijn marmeren trends en modes? Hoe moeten we vandaag de dag met al dat marmer omgaan? Dezelfde vragen kun je uiteraard aan andere steensoorten stellen die de Ronde van Europa deden.

 

Deze inspiratiegids verscheen eerder in het kader van Open Monumentendag 2018. Je kan hem hier downloaden.

Wil je meer weten over het Europees Jaar voor Cultureel Erfgoed? Lees dan ook zeker dit artikel.

Kasteel Beauvoorde zette tijdens Open Monumentendag 2018 sterk in op de Europese dimensies van het kasteeldomein. Lees het artikel hier.

 

©Foto: Koen De Vlieger-De Wilde

Meer info over