Financiering van erfgoed: geslaagd of moeilijk huwelijk? 3 ervaringsdeskundigen getuigen en reflecteren.

Er zijn heel wat verschillende manieren om jouw erfgoedproject, groot of klein te financieren. Denk je alle mogelijkheden te kennen? Ga dat maar na op onze checklist en ga aan de slag. Wil je liever eerst enkele getuigenissen lezen van ervaringsdeskundigen? Lees dan hun ervaringen en tips hieronder.

 

Bart De Vos, van kerk naar concertzaal: de financieringsmix werkt

Enkele enthousiaste Lierenaars kochten in 2004 een Jezuïetenkerk in Lier. De Open-Monumentenvereniging vzw Eduard Brassinck heeft een drieledige ambitie. 1. Het restaureren van de Jezuïetenkerk tot professionele concertruimte. 2. De realisatie van een nieuwbouw die noodzakelijk is voor de ontsluiting en ontvangst van publiek. 3. De burger sensibiliseren voor het bewaren van cultureel-historisch patrimonium. Reeds 14 jaar werkt de vzw, die bestaat uit 9 leden van de Raad van Bestuur, aan deze ambities. En ze maken het waar: de buitengevel werd reeds gerestaureerd en de nieuwbouw is gerealiseerd. Nu is het interieur aan de beurt. Daarnaast realiseerden ze ook de eerste culturele jeugdverblijfplaats van Vlaanderen. Cultuurhostel BED MUZET biedt 78 slaapplaatsen en bood al 10 000 overnachten aan, aan logies van o.a. cultuurkampen, zomeracademies van podiumkunsten en muzische vormingsklassen. Bart vertelt ons hoe ze dit financieel hebben klaargespeeld en wat de uitdagingen zijn voor de toekomst.

Succesfactoren

De kracht van het project, aldus Bart, zit in de samenwerking met de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans, die de stad Lier als inrichtende macht beheert. Met hen sloten ze een overeenkomst. 5 van de 7 dagen stelt de vzw de kerk ter beschikking aan de Academie. Verder verhuren ze nog aan bedrijven, verenigingen, hebben ze gezelschappen in residentie, hebben ze eigen producties of in samenwerking met anderen. Naast verhuurinkomsten, stak de vereniging veel energie en tijd in de samenstelling van subsidiedossiers (voor Vlaanderen, provincie en stad). Hierdoor was 80% van de financiering gedekt. Die andere 20% die ze nodig hadden om het project te laten slagen lagen in de handen van de vrijwilligers van de vzw.

We konden het project op twee manieren bekijken: ofwel konden we wachten tot we het volledige bedrag hadden, ofwel beginnen we gewoon en rekenen we op het enthousiasme van velen. We hebben de tweede weg gekozen, aldus Bart. (dit beslisten we al nog voor er 1 euro subsidie binnen was). We kochten de kerk met een lening, kuisten die uit en begonnen de kerk meteen te gebruiken.  We wilden zo veel mogelijk mensen over de vloer krijgen, het project meteen in de samenleving gooien. Op die manier bouwden we meteen een ‘crowd’ op. En omdat we steeds ‘open’ waren en er voortdurend activiteiten plaatsvonden, ZIEN de mensen ook dat er vooruitgang is. Dat was heel belangrijk om die overige 20% middelen die we zochten, te vergaren bij het publiek, de concertganger. Er was dus een basisfinanciering en met vele andere initiatieven zoals crowdfunding via de Herita projectrekeningen, duo-legaten, sponsoring en giften maakten de vele kleintjes dat het doelbedrag gehaald werd. Door de deuren open te zetten hadden we vele mogelijkheden om mensen ‘bij hun kraag te vatten’ en hen een behapbaar verhaal te vertellen. Dit werkt heel goed als je bezig bent aan de restauratie, zo hou je de dynamiek erin.

Uitdagingen

De grootste uitdaging in zo’n meerjarenproject is dat de spelregels onderweg veranderen. Als je een meerjarenplan uittekent geeft dit op financieel vlak grote gevolgen. Doordat de overheid de spelregels omtrent de BTW-regeling en de percentages van de subsidies verandert, moeten we nu extra energie en middelen zoeken om het project te realiseren. We doen eigenlijk plaatsvervangend werk voor de overheid, maar worden daar niet voor beloond, in tegendeel. Dat is erg demotiverend. Telkens moeten we een nieuwe dynamiek op gang brengen. Daarom is het heel belangrijk om samen te werken met veerkrachtige mensen die in je project geloven.

 

Samenvattende tips:

  • Zorg dat er een meerjarig financieringsplan is; dat er een ‘fond’ is, zodat je in rust kan bouwen.
  • Begin niet halsoverkop, denk goed na over een plan (financieel en inhoudelijk) en plan dit in de tijd: neem niet te veel hooi tegelijk op je vork.
  • Zoek vrijwilligers met een hart voor het project en zorg dat het engagement serieus is, zodat je als groep ook tegenslagen kan overwinnen.
  • Zorg voor een mix van competenties in je vereniging als je van start gaat (een balans tussen realisten (iemand met financieel inzicht, een goede onderhandelaar, een jurist, een organisatorisch talent) en dromers (wilde ideeën en plannen hebben). Zo combineer je de realisatie van dromen met een realistische kijk op de zaak.
  • Heb vertrouwen dat het goed komt, ga van start en wacht niet tot je elke euro hebt.
  • Zet in op logische samenwerkingen die als een hefboom kunnen dienen.
  • Zorg voor continuïteit bij je vrijwilligers: het engagement moet blijven duren ook al zijn er moeilijke momenten, want die zijn er.
  • Zorg ervoor dat veranderingen zichtbaar zijn, zet je deuren open voor het publiek en organiseer activiteiten.  Laat zien dat het vooruit gaat met elke bijdrage die geleverd wordt, hoe klein die ook mag zijn.

 

Greet Luypaert over Sint Jansbergklooster: coöperatief vennootschap legt na 3,5 jaar de boeken neer. Lees haar tips!

Het was de droom van Greet, haar man en een groep gelijkgestemden om een plek te creëren waar ontmoeting en samenleven tussen mens en natuur centraal stonden. Die plek vonden ze in Zelem (Limburg), waar ze het voormalige Kartuizerklooster, gesticht in 1329, kochten. Het klooster dat omgeven wordt door tuinen, boomgaarden en weilanden is erkend als dorpsgezicht en beschermd als monument. Een co-housing woonproject, met educatieve en recreatieve activiteiten van en door de gemeenschap die ook op zoek was naar duurzaamheid en verdieping in het leven, dat was het idee. Ze richtten een coöperatieve genootschap (CVBA) op, waarbij de 300 aandeelhouders er mee voor zorgden dat de CVBA het klooster kon kopen. Naast de verhuur van appartementen binnen het co-housing project, was er een eet- en praatcafé op zondag, vonden er bedrijfs- en particuliere feesten plaats, maar ook lezingen, concerten, yogasessies en natuurkampen; steeds volgens de ecologische, sociale en educatieve visie die de coöperatie vooropstelde. En laat hier nu onder andere het schoentje wringen: bij een klassieke coöperatie mogen enkel de leden een voordeel halen, in het model van Greet en co werden de voordelen vanuit de coöperatie ook gedeeld met mensen die geen aandelen hadden. Hun activiteiten stonden immers open voor iedereen. De gemene delen van de coöperanten was net het brengen van de boodschap naar de buitenwereld, het aanbieden van verbindende activiteiten. Dit maakte dat de CVBA onder een andere regelgeving viel; waaronder het maken van een prospectus, een duur en ingewikkeld dossier dat nodig was om hun vorm van financiering te kunnen verder zetten. Daarnaast bleken er na de koop van het klooster heel wat lijken uit de kast te vallen: dat ze een te hoog bedrag betaald hadden en dat ze investeringen die een verwaarloosd erfgoedpand nodig had, niet konden betalen. Ze vonden geen partners om hen financieel of inhoudelijk (met het opmaken van beheersplannen voor de aanvraag van premies) te ondersteunen, waardoor ze hun droom moesten opbergen. “Ik geloof nog steeds in de kracht en het doel van een coöperatieve en dat de maatschappij er meer en meer nood aan heeft.”, zegt Greet.

Uit haar ervaring, geeft ze nog volgende tips en inzichten mee:

  • Zorg dat je je op zakelijk vlak goed laat omringen. Zorg dat er mensen die dicht bij het project betrokken zijn, vanuit hun expertise zakelijk advies kunnen geven, inschattingen maken en de financiële haalbaarheid en consequenties kunnen inschatten en berekenen.
  • Zorg dat je de juiste structuur kiest voor je doel.
  • Zorg dat je vooraf een goede kennis hebt van boekhouding en wetgeving van toepassing (o.a. bij FSMA: Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten). Het is een kluwen. En soms spreken ze elkaar ook tegen; zorg dat je mensen hebt in je kernteam die hier kaas van gegeten hebben.
  • Verwacht van je coöperanten meer dan alleen financiële steun. Op het moment dat het minder gaat, heb je hen nodig. Bouw op en werk vanaf het begin aan actieve coöperanten die hun kennis, expertise, tijd en goesting willen inzetten voor je project.
  • Benchmark met andere gelijkaardige erfgoedpanden die verkocht worden en onderhandel een eerlijke prijs (prijsindicatie van de nog te maken kosten in verband met behoud en beheer van het erfgoed).
  • Informeer je vooraf over de regelgeving rond (erkend en/of beschermd) erfgoed en kijk naar tijdsplanning en investeringen.
  • Mensen hebben steeds meer nood aan verdieping in het leven. Ze associëren dit vaak met erfgoed. Erfgoedplekken, die geassocieerd worden met belangrijke waarden, hebben daarom een toekomst. Blijf dus inzetten op de verbinding tussen erfgoed en mensen.

 

 

Monique Van Ongevalle, dankzij bezoekers en sympathisanten bloeit de Heetveldemolen in Tollembeek nog steeds.

Monique en haar man Hubert zijn de trotse bewoners en uitbaters van de Heetveldemolen in Tollembeek. De watermolen is nog steeds in werking, onafgebroken sinds de eerste vermelding van de molen in 1440. De molen is vanouds een ontmoetingsplaats. Daarom wil de Heetveldemolen vzw de toegankelijkheid voor kinderen, andersvaliden en ouderen verbeteren en uitbreiden. Dat kan door de schuur van de molen om te bouwen tot een ruimte waar een grotere groep kan worden ontvangen zodat er dagprogramma’s kunnen worden aangeboden. Hiervoor zocht en zoekt de vzw via allerlei kanalen financiële steun.

Waarom kozen jullie voor een Herita projectrekening?

In een maalvaardige molen zijn er voortdurend kosten, aldus Monique. Kosten die we niet in rekening kunnen brengen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed omdat ze dringend zijn en we niet het comfort hebben om te wachten op een toelage. Vaak is er zelfs geen toelage.  De toelage nam de laatste jaren af van 80% naar 40%.  Fiscale voordelen vallen weg. Dit vind ik niet ernstig naar molenaars die serieuze inspanningen doen om zorg te dragen voor het molenerfgoed, zegt Monique ook nog. Onder meer door deze evolutie moeten we onderhoudswerken en renovatie zo veel als mogelijk zelf doen. Bij uitbesteden worden we geconfronteerd met te hoge bedragen. Een voorbeeld ervan zijn de verbouwingen aan de schuur naar een ruimte waar we bezoekers kunnen ontvangen. We malen granen en willen ook het  molenerfgoed toegankelijk maken voor het publiek. De molen is nog in bedrijf en als zodanig geen ontvangstruimte. Goed voor rondleidingen, maar geen ruimte voor multimedia en stoeltjes en tafels. In 2016 namen we samen met  het Regionaal Landschap en de Erfgoedcel Pajottenland & Zennevallei het initiatief “Water & Wind.  De molen verbindt”. Een leaderproject waarmee we in het Pajottenland de molens, de granen, de rivier De Marke en de bakovens en hun betekenis voor de gemeenschap willen concreet maken. Binnen dit Leaderproject doet de molen een investering bij het ombouwen van de schuur tot ontmoetingsruimte. Het Agentschap Onroerend Erfgoed is akkoord, maar geeft geen tussenkomst omwille van “geen erfgoedwaarde”. Voor ons is het delen van het molenerfgoed een belangrijke bijdrage in de erfgoedwaarde. Een verschil van perspectief dat voor ons zware financiële consequenties heeft.

Binnen het Leaderproject kunnen we tot 65% van de kosten inbrengen. De overige 35% moeten we zelf ophoesten. Die 35% komt bovenop tal van andere kosten om en rond de molen. Omdat we het erfgoed willen delen met de gemeenschap, hebben we ons zelf moeten overtuigen dat we de gemeenschap laten bijdragen bij de realisatie ervan. Dat bracht ons bij Herita. Herita kan donateurs een fiscaal attest bezorgen. Donateurs steunen en krijgen een belastingvoordeel. Een win-win situatie die het mogelijk maakt geïnteresseerde bezoekers te betrekken bij ons avontuur.

Monique somt enkele voordelen en uitdagingen op:

Voordelen:

  • We kunnen rekenen op vrijwillige medewerkers. Niet iedereen kan mee ”werken”. Dit is een manier om mensen de kans te geven het project op een andere manier te steunen, namelijk financieel.
  • Mensen zijn vlugger overtuigd het project te steunen als er voor hen een win – win situatie aan vast hangt.
  • Herita is een gevestigde waarde binnen de erfgoedwereld. Deze instantie boezemt vertrouwen in.
  • Mensen beseffen dat het om geen eendagsvlieg gaat of een of andere bodemloze put.
  • We spreken in eigen naam en Herita steunt onze werking.
  • We krijgen en nemen de tijd om mensen aan te spreken. Bij growfundingprojecten is die tijd beperkt en we beschikken over te weinig mensen en mogelijkheden om op korte termijn te werken.
  • Bij elk bezoek en rondleiding willen we mensen in ons verhaal meenemen en vragen om naast enthousiasme over ons project, het opzet ook concreet  te steunen. Maar telkens weer een beetje “bedelen” … is moeilijk.

Uitdagingen:

  • Alert blijven dat ook de overheid mee investeert in het molenerfgoed.
  • Een overheid die haar tussenkomst willekeurig verminderd en geen transparantie geeft naar een verder erfgoedbeleid is geen betrouwbare partner meer in de zorg voor erfgoed.
  • Molenaars zijn werkers. Ze maken vaak te weinig tijd om hun stem te laten horen. We moeten ons samen organiseren en éénduidig naar de overheid onze noden en perspectieven duidelijk maken. Herita kan ons hierin ondersteunen en verbinden.

Wat is jouw ultieme tip, Monique?

Durf te vragen! Alle kleine beetjes helpen, bezoekers en sympathisanten zijn blij dat ze een bijdrage kùnnen leveren. We hebben te veel schroom (ook voor mijn man Hubert blijft het niet makkelijk), maar er is niets mis mee.

 

Wil je nu graag zelf aan de slag gaan? Ga dan naar onze checklist: financiering door de overheid (1) en alternatieve financiering (2).