Out-of-the-box-financiering: zet de erfgoedbril af en toe eens af

Het beheren van een historisch pand kost handenvol geld. Zoals we al eerder aantoonden in de artikels financiering gezocht! (1) en (2), kan je bij verschillende (overheids)instanties aankloppen voor financiële ondersteuning van je erfgoedproject. Toch is het belangrijk om jouw project te durven benaderen vanuit een andere invalshoek dan louter ‘erfgoed’. Misschien zet je ook in op duurzaamheid of ecologie, sociale economie, minderheidsgroepen,…? Door een bredere invalshoek te hanteren, kan je je project ambitieuzer maken en ontdek je misschien andere mogelijkheden voor financiële steun. In dit artikel tonen we een aantal voorbeelden van geslaagde erfgoedprojecten die door out-of-the-box te denken hun financiering vervolledigden.

 

Ecologie: De Hoorn (Leuven)

In deze voormalige brouwerij aan de Vaartkom werden in 1926 de eerste liters Stella Artois ooit gebrouwen. Na jaren leegstand kochten 7 jonge ondernemers uit Leuven het beschermde pand en vestigden er een work space voor creatieve en innovatieve bedrijven, een Grand Café en verschillende feestzalen. Naast premies van het Agentschap Onroerend Erfgoed, trokken ze ook de kaart van ecologische en duurzame ontwikkeling.

Zo werd er extra aandacht besteed aan de isolatie en de zonnewering van het gebouw en werd er een innovatief hybride ventilatiesysteem ontwikkeld. Voor dat ventilatiesysteem kreeg De Hoorn een EFRO-subsidie. EFRO (Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling), is een initiatief van de Europese Unie, in samenwerking met de Vlaamse overheid. Het Vlaamse EFRO-programma subsidieert projecten die het concurrentievermogen vergroten en de werkgelegenheid stimuleren. Hierbij wordt er gefocust op 4 prioriteitsassen:

  • Stimuleren van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie
  • Versterken van het concurrentievermogen van kmo’s
  • Bevorderen van de overgang naar een koolstofarme economie
  • Bevorderen van een duurzame grootstedelijke ontwikkeling

Daarnaast ontving De Hoorn een ecologiepremie van de Vlaamse overheid, voor de plaatsing van regenwaterputten en zonnecellen. Die premie kan je aanvragen via het Vlaams Agentschap ondernemen & innoveren, en betreft een financiële tegemoetkoming voor bedrijven die hun productieproces milieuvriendelijker en energiezuiniger willen organiseren. De overheid neemt dan 15 tot 55% van de meerkost van de investering voor haar rekening.

Voor de financiering van de restauratie van het pand klopte De Hoorn niet alleen aan bij het Agentschap onroerend erfgoed, maar zat het ook samen met AB-Inbev en het fonds Baillet Latour. De samenwerking met deze twee laatsten lijkt op het eerste zicht vreemd, maar toch hebben ze beiden een sterke link met het monument. Zo kwam de samenwerking met AB-Inbev tot stand omwille van de gedeelde geschiedenis tussen de multinational en de voormalige brouwerij. Het fonds Baillet Latour is dan weer sterk verbonden met de families achter AB-Inbev. Samen werkten ze een ‘heritage trail’ uit, waarbij bezoekers en werknemers doorheen het ganse gebouw informatie krijgen over de geschiedenis van het pand.

Meer weten?

Lees zeker ook dit artikel dat dieper ingaat op het financieringsmodel van De Hoorn.

 

Sociale economie: De Steenschuit VZW (Boom)

De Steenschuit werd in 1991 opgericht als een vereniging voor de restauratie en bouw van historische schepen. Vanaf de start was het de bedoeling om een zinvol project te creëren waarin langdurig laaggeschoolde werkzoekenden enerzijds hun persoonlijke fierheid konden herwinnen, en anderzijds hun beroepsvaardigheden konden aanscherpen met het oog op een succesvolle re-integratie in het arbeidscircuit. Dit doet het als opleidingspartner van de VDAB.

Ondertussen bouwde De Steenschuit al twee houten schepen: de tweemastschoener Rupel en een replica van een Gentse barge. Sinds 2013 is de vzw bezig aan een replica van de historische driemaster Belgica. De Steenschuit wil zo het Belgisch maritiem erfgoed in de kijker zetten en een licht werpen op het leven op de Zuidpool, evenals het verloop van de eerste expeditie ernaartoe en de huidige rol van België op de Zuidpool. Daarnaast werd ook de zeilklipper Clotilde gerestaureerd en opgesteld als museumschip in het Nautisch Bezoekerscentrum Rupelstreek in Boom.

Sinds 2017 werpt de vzw zich niet langer op als een opleidingscentrum in klassieke scheepsbouwtechnieken. De Steenschuit is geëvolueerd tot een polyvalent opleidingsproject voor langdurig werkzoekenden met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.

Door aan de promotie van het Belgisch maritiem erfgoed een sociaal project te koppelen, slaagde De Steenschuit erin financiële steun te krijgen van een diverse groep (overheids)partners en sponsors. Zo stelde het Europees Sociaal Fonds (ESF) 39 936,60 euro ter beschikking. Dit bedrag werd verdubbeld door het Vlaams Cofinancieringsfonds (VCF). Het ESF heeft als doelstelling om Vlaamse organisaties te stimuleren om de arbeidsmarkt te versterken en de werkgelegenheid te vergroten. het VCF is er dan weer specifiek voor de cofinanciering van ESF-acties. Het percentage van de cofinanciering wordt bepaald van oproep tot oproep en wordt automatisch uitbetaald aan de promotoren waarvan het dossier wordt goedgekeurd.

De Steenschuit kan ook rekenen op 50 000 euro van de Nationale Loterij voor de ondersteuning van de bouw van de Belgica. De Nationale Loterij zet jaarlijks een deel van haar inkomsten opzij, om te herinvesteren in projecten met een humanitair, sociaal, sportief, cultureel of wetenschappelijk doel. Over de subsidiebedragen en verdeling beslist de federale regering.

Meer weten?

 

Lokale gemeenschapsvorming: Pand 10 (Tienen)

Stel je voor: je wil een historisch pand dat niet jouw eigendom is nieuw leven inblazen. Ook dan kan je op zoek gaan naar financiering. Pand 10 is zo’n voorbeeld van een leegstaand, historisch gebouw dat door de inzet van buurtbewoners is uitgegroeid tot een ontmoetingsplek voor de lokale gemeenschap.

In juli 2017 zag Pand 10 het licht: het voormalige stationsbuffet van Tienen (eigendom NMBS) werd na jaren leegstand omgetoverd tot ‘een open huis voor burger- en buurtinitiatieven’. Burgerbeweging OpgewekTienen vormde de drijvende kracht achter dit project, maar stelde van bij de start Pand 10 open voor andere initiatieven. Door diverse organisaties samen te brengen werd de zichtbaarheid van deze organisaties vergroot, bereikten ze een breder publiek en werd onderlinge samenwerking gestimuleerd. Dankzij de sterke verankering binnen de Tiense gemeenschap, slaagde OpgewekTienen erin om allerhande partners (lokale handelaars, middenveldorganisaties, stadsbestuur,…) aan te trekken die via gratis dienstverlening of schenkingen de renovatie en inrichting van het gebouw mogelijk maakten. Zo werd het interieur samengesteld uit  een combinatie van schenkingen van de lokale kringwinkel en enkele Tiense meubelzaken.

De relatie met het lokale bestuur is van onschatbaar belang bij dit soort projecten. Een goede verhouding kan zo resulteren in financiële en logistieke steun. Deze duwtjes in de rug komen de levensvatbaarheid van het initiatief ten goede en verlenen het project extra legitimiteit. In het geval van Pand 10 onderhandelde de stad met de NMBS voor het ter beschikking stellen van het stationsbuffet, nam het stadsbestuur het merendeel van de huurkosten op zich en hielp het bij de renovatie.

Wil je zelf een gelijkaardig initiatief uit de grond stampen? Creëer dan een maatschappelijk draagvlak door samen te zitten met lokale organisaties en betrek het gemeentebestuur.

Meer weten?

 

 

Dit is geen exhaustief overzicht en wordt verder aangevuld. Mocht je zelf nog interessante voorbeelden hebben van erfgoedprojecten die gebruik maken van alternatieve financiering, dan kan je dat altijd laten weten via ons contactformulier.

 

©Foto Pand 10: Philippe Van den Panhuyzen
© Foto De Hoorn: Kris Vandevorst

Meer info over