Experts van de provincies: hoe maken ze van jou een erfgoedheld?

Wist je dat ook in jouw provincie erfgoedexperten voor je klaar staan om vragen te beantwoorden en je op weg te helpen? De vijf provincies zijn sinds 1 januari 2018 enkel nog bevoegd voor onroerend erfgoed en niet meer voor roerend en immaterieel erfgoed zoals museumobjecten, verhalen en tradities. Ze zetten zich dus volop in voor gebouwen, cultuurhistorische landschappen, stads- en dorpsgezichten, varend erfgoed en archeologie.

Concreet werken ze op vier krachtlijnen: ze bouwen een onroerend erfgoed depotwerking uit, doen aan landschapszorg, sturen monumentenwachters uit om de zorg voor erfgoed op te nemen en organiseren publieksactiviteiten om burgers bewust te maken van het erfgoed in hun buurt. We vroegen aan Sandro Claes, afdelingshoofd erfgoed van de provincie Limburg, om meer duiding te geven bij de taken van de provincie, of er een verschil is tussen de vijf provincies en met welke vragen je terecht kan bij hen.

Op welke domeinen werken de vijf provincies?

Tot en met 2017 voerden we een integraal erfgoedbeleid. Zowel roerend, immaterieel, materieel als onroerend erfgoed behoorden tot onze bevoegdheden. Vanaf 1 januari 2018 zijn we enkel nog bevoegd voor onroerend erfgoed. Binnen de taakverdeling zijn 4 krachtlijnen vastgelegd die we allemaal uitvoeren:

1.   Monumentenwacht: elke provincie heeft zijn eigen dienst van monumentenwachters (bouwkundig en interieur) die aan preventieve monumentenzorg doen. Via periodieke inspecties brengen monumentenwachters de toestand van het erfgoed in kaart.
2.   Algemene landschapszorg met aandacht voor erfgoed. We werken hiervoor veel samen met de Regionale Landschappen en hun landschapsanimatoren. We doen aan adviesverlening en soms zijn er subsidiemogelijkheden.
3.   De onroerend erfgoed-depotwerking rond bijvoorbeeld archeologische collecties en het bijbehorende archief, onderdelen van monumenten, de tijdelijke opslag van inboedels van kerken enzovoort. Sommige provincies hebben een erkend depot, anderen geven vooral advies of beheren subsidies rond depotwerking.
4.  Publiekswerking en sensibilisering. Hier zetten we sterk op in met als hoofddoelen het verhogen van het draagvlak en onroerend erfgoed een actuele plaats geven in de samenleving. Bewustmakingsacties en erfgoededucatie zijn hierbij cruciaal. We doen dit zowel via projectvorming als via publicaties. Er zijn verschillende subsidiereglementen die de provincies hebben rond deze thema’s.

Waar liggen dan de verschillen tussen de vijf provincies?

De provincies Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen zetten sterk in op de vier krachtlijnen. West-Vlaanderen heeft op dit moment enkel een sterke uitgewerkte dienst van monumentenwacht, aangezien er bij de afslanking van de bevoegdheden van de provincies mensen naar de Vlaamse Overheid zijn overgeheveld. Mogelijkerwijs wordt er op termijn terug een erfgoedbeleid uitgewerkt.

Waarom liggen de accenten anders?

Dat is vaak historisch gegroeid. In Oost-Vlaanderen was er bijvoorbeeld het eerste onroerenderfgoeddepot in Ename, en is ook het molencentrum gevestigd. Daardoor hebben ze rond die thema’s heel wat kennis en expertise opgebouwd. In Antwerpen zit dan weer het centrum rond erkende erediensten, die zich bezighouden met onder andere de kathedraal. Er is daardoor veel expertise rond religieus erfgoed, net zoals rond de fortengordels, de provinciale domeinen en eigen monumenten. Vlaams-Brabant heeft een erkend onroerenderfgoeddepot en een documentatiecentrum. Wij in Limburg zijn heel innoverend rond publiekswerking en participatieve projecten rond onroerend erfgoed. Wij zetten sterk in op het ondersteunen van het werkveld met subsidies. Publiekswerking is een aspect dat helemaal niet bij Vlaanderen zit, het is exclusief een bevoegdheid van de provincies.

We hebben bijvoorbeeld ook projectsubsidies, waarbij we tot maximaal 25.000 subsidiëren van 60% van de totaalkost. Afgelopen woensdag (april 2018) heeft onze provincieraad ook een investeringssubsidiereglement goedgekeurd waarvoor we projecten van minimum € 650.000 kunnen subsidiëren om de link tussen erfgoed en toerisme op te zoeken. Maar de verschillende provincies bieden ook veel subsidiemogelijkheden voor ondersteuning en restauratie van klein beschermd erfgoed zoals kapelletjes, kiosken, en dergelijke.

Stemmen de provincies onderling af via een overlegstructuur?

Jazeker, de vijf afdelingshoofden erfgoed vormen samen het dagelijks bestuur van monumentenwacht Vlaanderen. Wij komen hiervoor tweemaandelijks samen. Daarnaast zitten we ook samen in de ambtelijke commissie Erfgoed van de Vereniging Vlaamse Provincies om af te stemmen wat we gemeenschappelijk kunnen doen, om te weten te komen waar iedereen mee bezig en om te bespreken welke aspecten aan Vlaanderen gemeld moeten worden.

We lenen expertise uit, helpen elkaar en verwijzen door. Als iemand met een specifieke vraag bij ons komt, verwijzen we door als we denken dat er een expert in een andere provincie beter geplaatst is om te helpen.

Welke types experts maken deel uit van de provinciale diensten?

Er zijn de monumentenwachters die aan preventieve conservering doen. Per provincie zijn er meerdere monumentenwachters die gespecialiseerd is in bouwkunde en interieurs. De overkoepelde vzw Monumentenwacht Vlaanderen zorgt voor een uniforme werking, met expertise rond drie thema’s waarin we gesubsidieerd worden door Vlaanderen: conservering van waardevolle boten (MOWA varend erfgoed), waardevolle archeologische sites (MOWA archeologie) en de mogelijkheid om een meerjarenonderhoudsplan met kostprijsindicatie te laten opstellen. Daarbij wordt gekeken naar projecten op een termijn van 10 à 15 jaar om in te schatten wat de kosten voor onderhoud van het gebouw zouden kunnen zijn. Een heel bekend voorbeeld hiervan is de Zoo van Antwerpen die nu gerestaureerd is.
Daarnaast zijn er collega’s die gespecialiseerd zijn in publiekswerking, het opzetten van educatieve projecten, financiering en begeleiding, de zorg en de bewaring van erfgoed. We hebben consulenten onroerend erfgoed, archeologen en landschapsexperten in dienst. Die werken ook nauw samen met de regionale landschappen en de verschillende intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten (IOED’s).

Op welke manieren kunnen de mensen jullie leren kennen? Hoe bereiken jullie hen?

Wij hebben allemaal een website en periodieke publicaties. Daarnaast hebben we ook elk jaar publicaties rond een bepaald thema binnen onroerend erfgoed. Het meeste contact dat de provincies hebben is op het werkveld zelf. Wij gaan bij de mensen langs, wij zetten projecten op, wij organiseren evenementen, kortom: we doen aan participatie en dat geeft de meeste zichtbaarheid.

Welke vragen krijgen jullie zoal?

We krijgen vaak vragen binnen rond projectondersteuning of mensen die een idee hebben en hulp vragen om het uit te werken. Wij proberen niet gewoon de formuliertjes door te sturen en te zeggen ‘vul het in’. Wij denken vaak mee met de mensen over hoe hun idee nog sterker gemaakt kan worden. Ze komen vaak bij ons terecht als ze iets lezen in de krant, of als er een gebouw in gevaar is, dan vragen ze aan ons ‘is dat beschermd’ of ‘bij wie kunnen we terecht om ons beklag te doen’? Of ‘die kerk mag niet afgebroken worden’.

Het is geen makkelijke sector. Het is een kluwen om te weten bij wie je terecht kan. We wijzen daarom graag mee de weg, want we zien dat mensen echt wel met erfgoed bezig zijn en er ondersteuning voor vragen. Dat is fijn om te beseffen.

Wil je meer erfgoedhelden ontmoeten? Heb je een specifieke vraag en weet je niet bij wie eerst aan te kloppen? Ga aan de slag met volgende tips.

 

©Foto: Monumentenwacht